web analytics

door Rutger Polder

Inleiding

Begin maart moest ik, na een longontsteking en vakantie, en de eerste ganzentelling overlaten aan goede vervangers Hans Schouten en Jose Tibbe.   2025 had het een heel droog voorjaar (vanaf eind maart tot begin juni bijna geen regen) en de zonnepompen waren hard nodig. Helaas raakte in ieder geval 1 pomp defect gedurende langere en cruciale tijd en kon niet snel gerepareerd worden, waardoor het waterpeil in hoogte in de greppels achterbleef.

Het beheer door twee van oudsher bekende gebruikers in het gebied liet ernstig te wensen over. In mei werd zelfs een bloemrijk hooiland gemaaid en liep er al jongvee rond. Volgens hun gebruiksovereenkomsten mag dit niet. Op een gegeven moment liepen er ook een 30tal schapen. De gemeente greep in op aangeven van de Stichting Oudorperhout, maar de weidevogelaanslagen waren toen al een feit.

Ganzen

Een van de veel gehoorde klachten naast hondenoverlast zijn de Grauwe ganzen.

Die zijn talrijk inderdaad. Het is echter wel zo dat de klachten weinig te maken hebben met broedresultaten van weidevogels. Hier is wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. Mogelijk is er een verband tussen het begrazen van gras en riet door de ganzen en de daardoor ontstane mindere dekking voor de weidevogels. De klachten zullen meer te maken hebben met hun geluid en overmatige uitwerpselen op de paden. Zoals hieronder beschreven liggen de tellingen van de BMP methode en die van Stadswerk072 behoorlijk uit elkaar.

Ook dit jaar zijn weer vele ganzeneieren behandeld door stadswerk072. Met een provinciale ontheffing worden eieren gedompeld/geschud in de maanden maart en april. Dit jaar een aantal van ong. 750 (701 vorig jaar) eieren in ong. 150 nesten (vorig jaar 133). Er lijkt weer een toename sinds vorig jaar. Er is een flink verschil met de BMP telling. Dit heeft vooral te maken met het verschil in onderzoek. Stadswerk werkt in het gebied.  Zij zoeken 2x in het vroege voorjaar het hele rietgebied af en tellen zo elk nest dat gevonden wordt.  Wij moeten het vanaf de kant bekijken, en dat is lastig tellen.

De ganzen eten veel jong riet waardoor de rietkragen steeds smaller worden.  (bron: Stadswerk072)

Methode van tellen

Voor de 12e keer werden door Hans Schouten, José Tibbe en ondergetekende de inventarisatie van het grootste deel van de Oudorperhout uitgevoerd. Volgens het Broedvogel Monitoring Project Alle soorten (BMP-A) van Sovon, waarvan de definitie luidt: “Inventarisatie van alle aanwezige soorten in een telgebied van 10 tot 250 ha. Het wordt minstens 7 (vogelarm gebied) tot 12 maal (zeer vogelrijk gebied) volledig afgewerkt, meestal omstreeks zonsopgang en minstens eenmaal ’s nachts.Met een tussenpoos van 10-14 dagen.

Door verschillende omstandigheden zijn in 2025 9 tellingen gedaan waarvan de eerste op 13 maart en de laatste 30 juni. Er zijn 7 rondes gedaan bij zonsopkomt, een late ochtendronde en een avondtelling op 30 mei. Er is geen nachttelling gedaan, maar er zijn wel 2 niet volledige nachtrondes gedaan na avond vleermuistellingen. Dat leverde maar weinig op. Daarnaast waren er wat individuele waarnemingen. De waarnemingen zijn ingevoerd en geüpload met het programma Avimap op de mobiele telefoon en tablet. De gegevens zijn verwerkt via de BMP-autoclustering op de SOVON-website. De meeste rondes zijn met twee personen gedaan.

Resultaten algemeen

In 2025 waren er 290 territoria met 52 soorten, In 2024 waren er 287 territoria en 54 soorten. In 2023 zijn 56 soorten geteld met 350 territoria. Een helaas langzame terugloop van het aantal soorten.

Tijdens de vroege ochtend telling van 26 mei zagen we 4 huiskatten in het gebied. Bij elke ronde zagen we wel 1 of meerdere hazen. Waargenomen soorten die uiteindelijk geen territorium hadden waren: Bruine kiekendief, Grote Zilverreiger, Lepelaar, Wintertaling, Dodaars, Groenling, Gierzwaluw, Huiszwaluw, Zilvermeeuw, Blauwe Reiger maar ook Putter, Groenling, Vink en Braamsluiper die net buiten de gebiedsgrenzen zaten te zingen. De eerste 2 rondes hadden we ook Grote en Kleine Canadese ganzen plus bastaarden en in april een paar Kluten.  Een stel Kleine Mantelmeeuwen maakten het gebied onveilig in de broedperiode op jacht naar o.a. kuikens.

Resultaten water- en rietvogels

De rietvogels hadden wisselende resultaten. Er waren 3 territoria van Knobbelzwanen. 1 zat als vanouds langs de Munnikenweg en viel net buiten het territorium. 1 paar had in ieder geval 3 pullen en 1 paar had geen broedresultaat. (inzet foto Knobbelzwaan met juv. R. Polder)  Het aantal ganzen is met 91 territoria nog steeds veel voor het gebied: Grauwe Ganzen vormen de hoofdmoot met minimaal 80 territoria, daarna volgen Nijlganzen (7), een zorgelijke ontwikkeling, en Soepganzen (4).

In de loop van het jaar zijn er rond 400 Grauwe ganzen (groot en klein) aanwezig. Dit zijn waarschijnlijk ook dieren uit andere gebieden en dieren met hun jongen die mogelijk ontsnapt zijn aan de aandacht van de eierschudders/dompelaars.

De Kokmeeuwen waren met 13 paar op 25 maart nog aanwezig maar eind juni zat er nog maar 1 trouw op het nest. Dit jaar leek een Stormmeeuw in de buurt van het Volkstuincomplex te broeden.

De Visdieven waren veel aan het vissen en mogelijk heeft er toch een stel langs een greppel zitten broeden.

Alle eenden zijn vrij stabiel behalve Kuifeend die achteruit ging. Ook het vaak ene paar Bergeenden was niet voldoende voor een territorium.  Waterhoentjes en Meerkoeten waren er in lagere aantallen. Mogelijk heeft dit wel met de Ganzenvraat en overvaren (door veel zwemmende ganzen) te maken. De Rietgors had 1 territorium.  Rietzanger en de Kleine Karekiet waren stabiel met 2 en 13 territoria. Gelukkig was er wel een fantastisch zingende Bosrietzanger maar helaas geen Roerdomp en Waterral.

Hieronder alle resultaten van de afgelopen jaren.

Water- en rietvogels20141516171819202122232425
Fuut132214332443
Knobbelzwaan111011000112
Grauwe Gans351964425875116116901008180
Soepgans003442757334
Canadese Gans100000000000
Brandgans/x000020000000
Nijlgans333356564557
Bergeend011211110110
Krakeend747676811111489
Wilde Eend64111310131010101098
Soepeend002432233322
Kuifeend55864251081175
Tafeleend000011212221
Waterral010012110010
Waterhoen456611799914119
Meerkoet1111613111410141418148
Kokmeeuw0019411260381001
Stormmeeuw015000011221
Visdief001111110101
Blauwborst202002200000
Kleine Karekiet14914151518181317131313
Rietgors122223333121/2
Rietzanger225623323322
Bosrietzanger010212400121
Roerdomp000000000110

Resultaten Bos- en struweelvogels

Het relatief kleine stukje bos en een klein stukje struweel leverde 21 soorten op.  

De Merel lijkt een langzame trend naar beneden nog niet te hebben beëindigd. De Zanglijster had op 2 plekken een territorium.  Een broedende Sperwer heeft een vast territorium en was regelmatig te zien en te horen.

De meeste soorten zijn redelijk stabiel aanwezig, maar Winterkoning, Boomkruiper Tjiftjaf en Zwartkop hadden minder territoria. Roodborst, Houtduif, Heggenmus, Koolmees, Pimpelmees deden het wel beter dan 2024. En er was weer een Tuinfluiter! Zwarte Kraai, Gaai en Staartmees hadden hun vaste territoria, net als de IJsvogel, Turkse Tortel en Grote Bonte Specht. De Ekster leek het wel wat minder te doen. De Groene specht kon niet als territorium worden vermeld.  Gelukkig wel een Koekoek, maar die zal ook in de rietlanden van de Beverkoog hebben ingebroken. Er is 1 grasmus territorium genoteerd.

Bos- en struweelvogels20141516171819202122232425
Houtduif74671010878778
Koekoek001011111211
IJsvogel001101110011
Grote Bonte Specht002112211111
Groene Specht000011000000
Winterkoning6612131110121313131411
Heggenmus114586752323
Roodborst211525642345
Merel8611915131111131096
Zanglijster014333132312
Braamsluiper001211211100
Tuinfluiter110000000001
Zwartkop4255611685685
Tjiftjaf335547657676
Fitis012032000100
Staartmees111112111011
Pimpelmees3356567897610
Koolmees7688109798668
Boomkruiper212123231342
Gaai201112011112
Ekster222244434542
Zwarte Kraai211222211222
Groenling000244621200
Vink012111202110
Sperwer000000001111
Grasmus000000001121

Soorten van erven en bebouwing

Deze groep begint bedroevend uitgedund te raken. Huismus, Ringmus, Putter en Spreeuw foerageren nog wel in de polder, maar er zijn geen territoria meer. Een aantal paartjes Huiszwaluw broedden langs de Frieseweg en de Molenkade. Dus buiten het telgebied.  We vonden maar 1 stel Boerenzwaluwen die hun 2 jongen in de rietstengels aan het voeren waren. (Invoeg foto R. Polder met voerende vliegvlugge juv.)

Soorten van erven en bebouwing20141516171819202122232425
Fazant011000000011
Kauw726653210121
Spreeuw111011100100
Huismus544212100100
Halsbandparkiet000011000011
Putter100112321310
Boerenzwaluw000002212321
Ringmus000000001000
Holenduif011111211111
Turkse Tortel102121211111

Weide- en Hooiland soorten

Vanaf het begin was het sprokkelen met de weidevogels. De gortdroge aprilmaand leidde tot lage broedcijfers in overeenstemming met de landelijke broedresultaten. (zie ook onderaan) Kieviten waren wel stabiel met 15 paar, maar we zagen bijna geen jongen groot worden. De Scholeksters hadden wel wat meer succes. 4 paar geteld maar mogelijk zat een stel op het dak van de school. (Van der Mey) Er konden 3 territoria Tureluurs in kaart worden gebracht, maar of die succesvol waren?

Onze nationale broedvogel de Grutto lijkt het heel zwaar te krijgen. Er konden toch drie territoria worden geteld. Op 4 juni was er nog een alarmerend exemplaar met een jong foeragerend langs het wandelpad. Daarom is het ook essentieel dat honden aan de lijn gehouden worden.

De Slobeenden bleven stabiel met 3 territoria. Een Witte Kwikstaart had een territorium, waarschijnlijk bij Molen C.

Tijdens de avondtelling zagen we ook weer katten. Mede via een warmtebeeldcamera. Al met al een zorgelijke ontwikkeling die misschien alleen tot staan gebracht kan worden door een optimalisering van het gebied middels een hogere waterstand tijdens het broedseizoen en een beter hooilandbeheer zonder verstoringen. Misschien is dit ook positief voor de nog steeds roepende Rugstreeppadden in het gebied.

Weide/
hooilandsoorten
20141516171819202122232425
Scholekster333424333333
Kievit91316151213162216171615
Grutto1010121112111175753
Tureluur432443322423
Gele Kwikstaart001010020100
Witte Kwikstaart001111211111
Slobeend543576655643

Rutger Polder, 1815jk232@hetnet.nl

Noot:

Onderstaande staat in de ecologische evaluatie van Agrarisch natuur en landschapsbeheer van de Univ. Van Wageningen, Een interessant stuk om te lezen, want hieruit blijkt dat de meest zware beheerspaketten nog niet voldoende resultaat opleveren.

“Het totale areaal zwaar graslandbeheer is min of meer gelijk gebleven. Dat komt doordat de afname van het beheerpakket ‘uitgesteld maaibeheer’ vrijwel gelijk is aan de toename van meer ingrijpende vormen van zwaar beheer zoals plasdras, kruidenrijk grasland en hoog waterpeil (module 1). Dit is een gunstige ontwikkeling omdat laatstgenoemde vormen van beheer op de lange termijn de habitatkwaliteit kunnen verbeteren terwijl dat niet, of zeer beperkt, geldt voor uitgesteld maaibeheer (module 6).

Tevens is gebleken dat het weidevogelbeheer over het algemeen gunstig (voor weidevogels) wordt gepositioneerd in het beschikbare speelveld: op locaties met het meest open landschap, een geringe productiviteit en een beperkte ontwatering (module 6). Met name ten aanzien van het grondwaterpeil is er nog veel ruimte voor verbetering ten opzichte van weidevogelreservaten. Daaruit volgt het advies om in gebieden met ANLb op grotere schaal in te zetten op vernatting. “

Voor volledige teksten :  https://open.overheid.nl/documenten/fb9cae7a-2c14-4d03-882a-7df70ae558c1/file

Uit de berichten van Nature Today

Het gemiddelde broedsucces van de grutto is een lichte verbetering ten opzichte van het matig tot slechte broedseizoen van 2024, maar nog steeds onvoldoende voor behoud van de Nederlandse gruttopopulatie in de toekomst.

Monitoring van het broedsucces

Voor de grutto wordt in veel weidevogelgebieden het Bruto Territoriaal Succes (BTS) bepaald. In het voorjaar wordt het aantal broedparen geteld en eind mei tot half juni het aantal gruttogezinnen met (bijna) vliegvlugge kuikens. De verhouding tussen het aantal broedparen en het aantal gezinnen geeft het BTS. Het BTS is een goede indicatie voor het broedsucces van de grutto en wordt weergegeven met het stoplichtmodel: groen (voldoende, meer dan 65 procent), oranje (mogelijk onvoldoende, 50 tot 65 procent) en rood (onvoldoende/slecht, minder dan 50 procent). In 2024 kwam het BTS van de grutto landelijk gemiddeld op de grens van oranje naar rood. Dit jaar kleurt het stoplichtmodel oranje.

In totaal zijn ruim tienduizend broedparen van de grutto gevolgd om een goede indicatie te kunnen geven van het landelijke broedsucces. De resultaten komen overeen met het onderzoek naar jonge, vliegvlugge grutto’s van Vogelbescherming, Rijksuniversiteit Groningen en Sovon, die later in het seizoen worden geteld op verzamelplekken voor de trek. Daaruit bleek dat het aantal uitgevlogen jongen in 2025 weliswaar hoger ligt dan in de afgelopen jaren, maar nog steeds zo’n 11 procent lager is dan nodig om de populatie weer te laten groeien.

Deel dit: